image image image image image image
* * * * * *

Het verhaal van Mettavihari zoals gesproken in de column uit Januari 2006 door Jotika Hermsen.

 

mettavihari bosEr was eens een jongetje… Hij woonde in Thailand en hij ging met 14 jaar naar het klooster. Hij begon te mediteren en ervoer een diepe concentratie. Hij had geen gedachten meer en geen pijn. Hij voelde zich fantastisch. Opgetogen ging hij naar zijn leraar en vertelde hem: “Ik ben verlicht, ik ben verlicht”.

De leraar, een wijs man met veel ervaring en mensenkennis, zei dat zijn ervaringen een mooi begin waren, maar dat hij maar gewoon door moest gaan met de meditatie.

De jongen was het niet eens met zijn leraar en besloot niet meer te mediteren.

Daarop zei de leraar: “Ga dan maar pali en sutta’s studeren.” Hij was een briljante student.

Op 20 jarige leeftijd had hij alle theoretische examens achter de rug.

Op dat moment komt er een oude monnik langs, een vriend van zijn leraar, die hem ziet zitten met zijn boeken. Hij spreekt hem aan en zegt:

“Jij bent zeer intelligent en je houdt van boeken, maar je moet gaan mediteren.”

“Waarom?” vraagt de jongen.

“Jij hebt een hoofd vol kennis, maar je weet nog niets.”

“Ik weet allang wat meditatie is,” zegt de jongen, “ik voelde me zonder pijn en zonder denken? Wat kan er nog meer zijn?”

“Vond je het prettig?” vroeg de oude monnik.

“Ja ik vond het heerlijk.”

“Daar gaat het nou net om,” zei de monnik, “dat is je grote struikelblok. Jij moet je kennis in je hart laten zakken.”

“Hoe?” vroeg de jongen?

“Door vipassana meditatie.”

“Maar ik heb zo’n hekel aan mijn leraar, die zegt dat ik het niet goed doe.”

De oude monnik spoort hem aan om toch te gaan mediteren. De jongen heeft respect voor deze monnik en besluit uiteindelijk om zijn raad op te volgen. Hij gaat terug naar zijn eigen leraar.

Deze zegt: “OK, maar je moet beloven dat je drie maanden blijft.” Hij belooft drie maanden te blijven. De retraite is intensief, de jongen ervaart veel pijn en de leraar is streng. De hekel aan zijn leraar wordt erger en erger. Hij zou hem wel kunnen vermoorden. Hij wil weg lopen, maar hij wil ook zijn belofte niet breken.

Ondertussen komt zijn tante hem iedere morgen eten brengen, zoals dat gebruikelijk is bij de monniken. Hij is erg gek met zijn tante, zij is zoveel als zijn moeder. Iedere morgen kijkt hij uit naar haar bezoek en haar troost.

Dan zegt zijn leraar dat zijn tante niet meer hoeft te komen. Nu wordt hij helemaal furieus. Hij gaat naar zijn leraar en zegt:

“Ik haat u”.

“Waarom?” vraagt de leraar.

“ Omdat u mij verbiedt kontakt met mijn tante te hebben. Zij brengt mij eten. En ik zie liever haar dan U.”

“Jij laat je teveel leiden door voorliefde en afkeer en dat is geen vipassana.”

“Wat is dan vipassana?”

“Vipassana is dat je gevoelens voor je tante en voor mij hetzelfde worden. Zo gauw jij je tante en mij tegen elkaar kunt inwisselen zal je geest niet meer verstoord zijn en zul je rustiger worden.”

Toen begon hij pas echt te mediteren en hij noteerde zijn voorliefde en zijn afkeer. Iedere keer opnieuw. Honderd, duizend keer.

Na een poosje had hij zoveel gelijkmoedigheid ontwikkeld, dat zijn tante en leraar geen verschil meer voor hem uitmaakten. Hijzelf was het meest verbaasd. Hij besloot zijn leven te wijden aan de vipassana meditatie.

Dit jongetje is later, als boeddhistische monnik naar Nederland gekomen en heeft daar nu meer dan 30 jaar vipassana meditatie onderwezen. Hij draagt de naam: Eerwaarde Mettavihari.